Vlak buiten Parijs vond in de 12e eeuw de geboorte plaats van een bouwstijl die over de hele wereld, tot diep in de twintigste eeuw een enorme invloed heeft gehad. Heette het in de Middeleeuwen nog Opus Modernum, modern werk, vanaf de 15e eeuw is de stijl bekend geworden onder de naam Gotiek. Eerst een scheldnaam, verwijzend naar de Goten die het Romeinse Rijk ten val brachten, maar uiteindelijk de benaming voor de stijl geworden, waarin zo veel kerken, kathedralen, stadhuizen en andere gebouwen zijn opgetrokken. Hoe is dat zo ontstaan?

Saint-Denis, nu een voorstad van Parijs, een typische banlieu, met verpaupering, achterstand en veel kansloze, volstrekt Franse uit de voormalige koloniën afkomstige inwoners, was in de Middeleeuwen de plaats waar een zeer voorname Abdij gelegen was. Ontstaan, volgens de legende boven het graf van de eerste bisschop van Parijs St. Dionysius, meteen ook de naamgever van de abdij. Vanaf het begin van de Franse koningsdynastieën is de kerk bovendien begraafplaats van de Franse koningen geweest.

In het midden van de 12e eeuw werd de abdij geleid door abt Suger. Een machtig en zeer bereisd man. Bedevaarten naar het graf van Dionysius hadden van de abdij een van de rijkste van Frankrijk gemaakt, en Suger wilde die rijkdom in een nieuwe kerk tot uitdrukking laten komen. Onder zijn leiding werd een aantal reeds bekende bouwkundige elementen gecombineerd, waarmee de basis gelegd werd voor een volstrekt nieuwe en overweldigende bouwstijl, die de architectuur voor zeker 3 eeuwen achter elkaar, en lang daarna zou gaan domineren. In die tijd was de romaanse stijl nog volop in zwang. Deze stijl produceerde donkere, zware, massieve gebouwen. Rondbogen maakten maar kleine overspanningen mogelijk, en zware tongewelven moesten door massieve muren worden opgevangen. Ramen waren een mogelijke verzwakking van de draagkracht van de muren en bleven daardoor klein.

 

Caen (Dames abdij), Romaans: massief en zwaar

Maar er waren experimenten aan de gang. In het nabij gelegen Normandië, toen nog deel van Engeland werd gewerkt met een nieuw soort gewelf: een kruisribgewelf. Daarbij werden de krachten, het gewicht van het gewelf naar 4 of 6 steunpunten afgeleid, via gemetselde bogen, ribben. Door die ribben waren de muren niet meer de hoofddrager van de constructie. Die functie werd overgenomen door kolommen. Een fascinerend concept.

Mont St. Michel: een van de oudste kruisribgewelven

Uit Spanje, toen nog voor een groot deel onder Moorse invloed, was de spitsboog bekend. De boog die eindigt in een punt. Of heeft Suger die op een van zijn reizen ontdekt? De combinatie van die 2 elementen leidde tot een totaal nieuwe bouwstijl. Een stijl waarin niet een min of meer gelijkmatige verdeling van de krachten van het gebouw over alle elementen plaats vond, maar waarin een bundeling, een koppeling van de krachten ontstond op het ene punt, en een volledige ontlasting op een ander. Muren waren niet meer dragend, maar hoefden alleen maar de ruimte af te bakenen. Dat kon ook met glas: het glas-in-loodraam was geboren.

onder het kruisribgewelf: bijna alleen maar glas.

Is Suger naast abt ook bouwmeester geweest? Waarschijnlijk niet, maar hij heeft ongetwijfeld door zijn reiservaringen veel bijgedragen aan deze vernieuwende combinatie van elementen. Pelgrims stroomden toe om dat mirakel van moderne bouwkunst te aanschouwen. Men stond versteld over het binnenstromende Lux Divina, het goddelijk licht en geloofde dat de gebrandschilderde ramen uit gesmolten edelstenen waren samen gesteld. Een verhaal dat Suger liever niet ontkende, en prompt werden edelstenen geschonken om nog meer van die letterlijk schitterende ramen te laten maken. Pelgrims dwaalden door het nieuwe koor, waarin muren afwezig waren, en enkel kolommen stonden, overdonderd dat zo weinig kolommen zo veel overeind konden houden. Waar wij tegenwoordig niet op kijken van een gebouw met enkel kolommen en verder glas, was dat voor de Middeleeuwer onbegrijpelijk.

De lichtheid van het koor van de kerk

Het effect was zo overweldigend dat vanaf dat moment elke nieuwe kerk volgens dit nieuwe idee werd gebouwd. Overal rondom St. Denis werden nieuwe bouwplaatsen ingericht, en nieuwe kerken en kathedralen opgericht in het Opus Modernum. Bisschoppen, abten, bouwmeesters verdrongen elkaar om maar het fraaiste, hoogste en spannendste gebouw te kunnen bouwen, tot een eeuw later de top werd bereikt, en de bouwstijl in Beauvais de grens bereikte. Maar toen waren er al wel een groot aantal fantastisch spectaculaire gebouwen gerealiseerd, waarvan we een groot deel nog steeds kunnen bewonderen. En gelukkig, het oorspronkelijke koor van Suger heeft de grote vernieuwingsdrang in de 13e en 14e eeuw overleefd, en kan nog steeds bezocht worden. In de Gotische bouwstijl is het naast alle bekende kathedralen niet eens zo spectaculair, maar het blijft de bakermat van deze veel bewonderde stijl.

Graag neem ik je mee om deze te bewonderen en zelf te ervaren hoe bijzonder de ontwikkeling is.

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.