Onlangs was ik met Jannie en Wouter in Parijs. Zij besloten hun vakantie in Frankrijk met een bezoek aan Parijs, ik ben hen daar tegemoet gekomen. Ze kenden Parijs wel, Louvre, Eiffeltoren, Arc de Triomphe, Champs-Elysées en Notre Dame, maar konden mij niet zo goed vertellen waar ze nu graag nog eens met mij naar toe wilden gaan. Ik heb hen voorgesteld om vrij door de stad te zwerven, en maar gewoon te kijken waar we uitkwamen. Het bleek een schot in de roos.

Zo hebben we wat door het centrum gezworven, vanaf de fietsverhuur, waar we ons vervoermiddel voor de dag opgepikt hebben. Hun nieuwsgierigheid werd gewekt toen we voorbij de Sainte-Chapelle fietsten: “wat is dat voor een kapel daar” vroeg Jannie. Ik heb uitgelegd wat het was, en door mijn enthousiasme voor het gebouw, besloten we om het te bezoeken. Ze werden aangenaam verrast door vrijwel geen wachtrij, terwijl er een paar honderd meter verderop voor de Notre Dame een rij van tientallen meters lang over het plein krulde, we waren er net aan voorbij gefietst.

Het “nadeel” van de Sainte Chapelle is dan weer wel dat je moet betalen om binnen te mogen en terwijl wij voor de kassa stonden, vertelde Wouter mij dat zij eigenlijk nooit kerken bezoeken op hun vakanties. Ik schrok er een beetje van, want dan is het misschien toch geen geschikt object om een dagdeel Parijs aan te besteden. Toch hebben we een kaartje gekocht en zijn naar binnen gegaan.

Het leuke van de Sainte Chapelle is dat er 2 kapellen zijn. 2 Voor de prijs van 1… Je komt binnen in de benedenkapel, die ooit was voorbehouden aan de hofhouding. Het is een lage kapel, een beetje donker en bedompt. Desondanks waren Wouter en Jannie onder de indruk van de kleurenpracht die hier al overweldigend is. Ik heb hen verteld over de kleuren, waar deze vandaan kwamen en waar ze voor stonden. De blauwe kolommen staan voor de Franse koning, Lodewijk IX (later de Heilige) die de kapel liet bouwen. De karakteristieke Franse lelie staat er in laag-reliëf in goud op gestuct. De rode kolommen herinneren aan Blanche (of Bianca) van Castilië, de moeder van koning Lodewijk de 9e (de Heilige). De in laag-reliëf aangebrachte gouden kasteeltoren, is het handelsmerk van Castilië (“Kasteelië”)

 

Leuk om te ervaren was dat Jannie deze kleine gestucte torentjes heel erg in detail ging bekijken, en mij op een bepaald moment meldde: “er staat iemand in het torentje!”. Wat? Ik ben met haar op onderzoek uitgegaan, en tja, is het nu wel of niet een mannetje? Het lijkt er wel op, maar het is zo klein, dat het ook een beschadiging van het stucwerk kan zijn. Toch is het intrigerend…

Ik heb hen met opzet wat langer beneden gehouden, dan misschien noodzakelijk was, om de overweldiging van binnenkomst in de bovenkapel uit te stellen. Toen we dan eenmaal het piepkleine en nooit voor dit grote gebruik bestemde wenteltrappetje hadden beklommen, en zij bovenkwamen in de kapel voor de koning, bleef het even stil. Voor mij een inmiddels bekend effect, maar het blijft fantastisch om te zien dat het zelfs mensen overkomt, die eigenlijk niks met kerken of kerkelijke architectuur hebben. Ik heb hen vervolgens kort verteld over het doel van de kapel, het herbergen van een van de grootste kerkschatten uit de geschiedenis, de doornenkroon van Christus. Het duizelde hen toen ik vertelde wat de kapel gekost had, en wat de kroon had moeten kosten, werkelijk astronomische bedragen!

We hebben nog even naar de schitterende, in de letterlijke zin van het woord, gebrandschilderde ramen staan kijken, maar ik voelde dat ik hen niet te lang daarover moest vertellen, en ik ben over geschakeld op een grappig gegeven van de kapel. In de gotische architectuur zijn vaak allerlei fabeldieren te vinden, en daar zijn we gezamenlijk naar op zoek gegaan. Heerlijk om te zien, dat zij, inmiddels zelf met bijna volwassen kinderen, met kinderlijk enthousiasme op jacht gingen naar deze stenen wezentjes, vaak nauwelijks groter dan een hand. Hun kreet als ze er weer een hadden ontdekt, overstemde bijna het geroezemoes van de andere bezoekers. Wat die van onze speurtocht hebben gedacht weet ik niet, het maakt me eerlijk gezegd ook niet zoveel uit.

Het belangrijkst voor mij was dat mijn 2 gasten, Wouter en Jannie, die vooraf zeiden helemaal niks met kerken te hebben, me bij buitenkomst vertelden dit nu écht interessant te hebben gevonden. Hun bezoek, en daarmee mijn gidswerk was geslaagd, het saaie interessant gemaakt!

Zelf ervaren hoe ook architectuur die je eigenlijk saai vind, waar je “niks mee hebt”, interessant wordt? Beleef het samen met mij, ik neem je heel graag mee. Een luxe kop koffie is mijn belofte, als ik je niet geïnteresseerd en enthousiast kan maken!

1 antwoord

Trackbacks & Pingbacks

  1. […] Tot enige tijd gelden. Met gasten / vrienden in Parijs, naar de Sainte Chapelle. Mijn reisgenoten hadden in het verleden al een hoop van de stad gezien, maar dit nog nooit. En dan laat ik het graag weer beleven.  (lees ook: “hoe saai interessant wordt“) […]

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.