Toen in 1989 de prijsvraag voor de nieuwe Nationale Bibliotheek werd gewonnen en deze gerealiseerd werd op de linkeroever van de Seine achter het station van Austerlitz, vroeg menigeen zich af waarom men in vredesnaam, die wanstaltige plek had uitgekozen om dit gebouw, het laatste Grand Traveau van President Mitterand te realiseren. Wie kon toen bevroeden, dat het geen kortzichtigheid was, maar juist visionair, om op deze plek te bouwen?

Na de voltooiing van de bibliotheek leek het er inderdaad op dat dit een eiland van ontwikkeling was in een poel van achterstalligheid en onaantrekkelijkheid. Het gebouw lag letterlijk ingeklemd tussen de Seine en het spooremplacement van Austerlitz. Een stedelijke zone, waar niets gebeurde, en niemand wilde zijn. De langsratelende treinen verstoorden de beleving van de rust van de bibiotheek volledig. Het gebied was bijna een no-go area.

Zeer onaantrekkelijk, en niet voor niks weg gestopt achter gaas: het spooremplacement

Hoe anders blijkt het inmiddels te zijn…

Het was wel duidelijk dat dit gebouw pas echt goed zou gaan functioneren als het ingebed zou worden in een echte stedelijke omgeving, waar een natuurlijke levendigheid in aanwezig was.

Er werd al kort na de voltooiing van de bibliotheek een diepgaande structuurvisie voor het gehele gebied ontwikkeld, gebaseerd op het volledig en volwaardig ontwikkelen van dit verwaarloosde stadsdeel. En die visie was niet bepaald kleinschalig: vanaf het Gare d’Austerlitz, tot aan de Peripherique, en vanaf de Seine tot over de sporen werd hierin mee genomen.

Een maquette van het gebied. Grijs behoort niet tot het gebied. Op de voorgrond de Péripherique.

Er zou grootschalige nieuwbouw gerealiseerd worden, met hypermoderne gebouwen, aangepast aan de laatste architectonische inzichten. Deze zouden onder andere komen te liggen aan een compleet nieuwe Avenue, niet zonder grandeur Avenue de France gedoopt. Oude waardevolle en monumentale gebouwen zouden worden gerestaureerd en van een nieuwe functie worden voorzien.

Het oude monumentale gebouw van de Moulins de Paris, waar het meel voor de baguettes vandaan kwam.  (en nu?: patisserie-universiteit!)

Er zou kortom een compleet nieuw stadsdeel verwezenlijkt worden, waarbij alle treinsporen uit het zicht verdwijnen en overkapt worden door een gigantisch betondek.

Dit is intussen vol in ontwikkeling. De sporen zijn voor een deel al volledig, en voor een ander deel nog slechts ten dele overkapt. Maar let op, het werk gaat zo snel dat het niet lang meer zal duren of alle sporen zijn uit het zicht. Dat overkappen gebeurt op een ingenieuze wijze, omdat de sporen (uiteraard) in gebruik moeten blijven. Er worden eerst grote betonnen wanden opgericht, die ruim boven de bovenleiding van de sporen uitsteken. Vervolgens wordt hierop een tijdelijke werkplaats ingericht waar reusachtige betonbalken worden geprefabriceerd, die vervolgens op een railsysteem over de sporen worden gerold. Tussen de grote balken komen kleinere secundaire balken, en dit skelet tezamen draagt de betonnen afdekking. Dit alles is dusdanig zwaar opgebouwd dat er appartementencomplexen van wel 20 verdiepingen op gerealiseerd kunnen worden.

Een flink aantal hiervan is al gerealiseerd en te bewonderen. Wat daarbij opvalt is dat er geen sprake meer is van de oude en zo verafschuwde blokkendozen, zoals er zoveel in de jaren ’60 en ’70 werden opgetrokken. Deze nieuwe complexen zijn heel gevarieerd van vorm. Kenmerkend zijn de vele dakterrassen en -tuinen die erin zijn verwerkt. Zo zie je complexen telkens op elke verdieping een stuk terug springen, waardoor er weliswaar naar boven toe steeds minder woonruimte over blijft, maar de afzonderlijke appartementen wel hele fraaie buitenruimtes krijgen.

Tegelijk wordt hiermee zelfs aan de klimaatdoelen gewerkt, want deze dakterrassen en -tuinen maken dat het regenwater veel langzamer naar de bodem komt, planten slokken veel water op, waardoor de wateroverlast bij heftige regenval behoorlijk wordt beperkt. En wie wel eens in Parijs is geweest in een regenachtige periode heeft op de lage punten van de stad het water uit de straatkolken zien gutsen. Dat wordt nu juist voorkomen door deze dakterrassen.

De Avenue de France is een behoorlijk eind gevorderd, en deels al te ervaren als de klassieke Parijse Avenue, maar dan in 21e-eeuwse vorm: minder ruimte voor het gemotoriseerd verkeer, meer ruimte voor voetgangers en fietsers.

De spiksplinternieuwe Avenue de France

En de bibliotheek dan? Die is op een verrassende manier opgenomen in het nieuwe stedelijke weefsel: het niveau van de Avenue de France correspondeert met het dakterras van de bibliotheek, waarop de ingangen van het gebouw zijn gesitueerd.

De entree van de Bibliotheek. Maar dit niveau is het dak!

De introvertheid van het gebouw is benaderbaar geworden door deze gelijkschakeling van niveaus. En tevens heeft men het gebouw en daarmee dit hele stadsdeel met de overkant van de Seine verbonden door een spannende nieuwe voetgangers- en fietsersbrug. Er is nog zoveel meer te vertellen over deze brug of over de bibliotheek, maar daar komen andere blog-gelegenheden voor!

Kun je niet wachten om het zelf te ervaren? Ik neem je graag mee op stap, en vélo?

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *