ooit, toen ik nog maar net begon met mijn ontdekking van de Lichtstad, had ik een enorme liefde voor de metro. Mensen die mij nu kennen, met mijn fietsvoorliefde, kunnen zich dat misschien niet voorstellen, maar het was echt zo. Ik kon rustig een halve dag in die treintjes zitten en kriskras door de stad slingeren. Wel probeerde ik om daarbij ook de wat meer uitzicht biedende trajecten aan te doen, want er zijn er diverse die ook een stuk boven de grond rijden.

Ik ontdekte dat er heel veel verscheidenheid zat in de verschillende stations. En natuurlijk in de ingangen. Vele waren vormgegeven met de schitterende art nouveau balustrades en ornamenten uit het begin van de twintigste eeuw, van architect Hector Guimard. Letterlijk fantastische vormen die eerder aan het brein van een sprookjesschrijver ontsproten leken te zijn, dan aan dat van een architect. Andere waren vanuit andere stijlprincipes vormgegeven, van art deco tot hypermodern strak.

Waar tegenwoordig die Art Nouveau-stationsingangen van Guimard enorm gewaardeerd worden, zelfs dusdanig dat ze bijna iconisch voor de stad Parijs zijn geworden, is dat lang niet altijd zo geweest. Al heel snel nadat Guimard de eerste stations had opgeleverd, kwamen de problemen. Eerst protesten van sommige Parijzenaars, die het allemaal maar veel te veel nieuwlichterij vonden, en in 1903 ontstond een financieel conflict met de directie van de CMP, de Compagnie du chemin de fer Métropolitain de Paris, en Guimard kreeg zijn ontslag. De directie van de CMP had echter de rechten van Guimard gekocht en bouwde nog een aantal stations in zijn stijl, het laatste in 1913. Guimard’s prachtige ontwerpen kregen geen navolging meer.

Sterker nog, in de jaren na de Tweede Wereldoorlog vond men die tierelantijnen stations helemaal niet meer in overeenstemming met de toen heersende mode. Al deze stations kwam op de nominatie te staan voor “modernisering”, en voortvarend begon men met de sloop ervan, medio jaren zestig. Helaas vielen juist de fraaist uitgevoerde, met de apart vormgegeven overkappingen als eerste ten prooi aan deze moderniseringswoede. Niet geheel verwonderlijk, want juist die overkappingen waren zeer gevoelig voor weersinvloeden, omdat de architect deze nogal afwijkend had vormgegeven.

een staander als regenpijp

Guimard had een ingenieus maar afwijkend afwateringssysteem ontworpen, waarbij de staanders van het dak deels als hemelwaterafvoer, regenpijp, fungeerden. Bijvoorbeeld door een omgekeerd dak toe te passen, hoog aan de zijkanten, laag in het midden, waardoor het midden een goot werd, waar normaal gesproken de nok loopt. Het water werd vervolgens door holle staanders van de constructie afgevoerd en op het trottoir gespuid. Geniaal vormgegeven, slim bedacht, maar weerbarstig in het onderhoud. Immers je hebt maar een beetje blad of een enkele dode duif nodig of de goot functioneert niet meer, en je merkt het pas als het eigenlijk al te laat is.

Zelfs de beroemdste en overtuigend fraaiste entree, die op Place de la Bastille, bijgenaamd de Pagode of Chinees paviljoen, werd zonder pardon gesloopt en vervangen door een “prachtige” moderne entree. Idioten! (pardon). Place de l’Etoile (bij de Arc de Triomphe), met een vergelijkbare pagode: weg ermee! 2 grandioos spetaculaire staaltjes Art Nouveau weg gemoderniseerd. En nu aldaar? Geen idee, en dat zegt genoeg: totaal niet aansprekend.

Fabelachtige Art Nouveau: slachtoffer van de slopershamer…

Door de sloop van alle fraaie entrees, met name die van het Place de la Bastille, werd er een grens overschreden voor de Parijzenaars, die protesteerden tegen de verdergaande sloop. Er ontstond een bewustzijn omtrent de unieke vormgeving, en binnen no-time werden de Guimard-entrees tot Monument Historiques verklaard. Het kan verkeren…. Binnen enkele jaren van volledig verguisd naar monumentaal beschermd. Maar ja, toen waren er al wel een fors aantal gesloopt, de glasplaten en gietijzeren ornamenten definitief en onherroepelijk omgesmolten… Tegenwoordig is alleen al een authentieke ansichtkaart van een pagode-entree een collectors-item en geld waard! Ga er maar eens een zoeken bij de Bouquenistes langs de Seine…

Intussen twijfelt niemand er meer aan dat deze ingangen tot de fraaiste van de stad behoren, misschien zelfs wel van de wereld. Bij het honderdjarig bestaan van de metro in 2000 is er zelfs één volledig nieuw gemaakt (station Chatelêt), nadat de enige originele met overkapping, bij de porte Dauphine zorgvuldig was gerestaureerd!

Porte Dauphine

Alle reden voor mij om mijn oude liefde weer eens met een bezoek te vereren. Dat heb ik recent gedaan. Wel gebruikmakend van mijn huidige (trouwens ook niet meer zo jonge) liefde, de fiets. Een groot aantal stations heb ik bezocht en gefotografeerd. Inderdaad waan je je soms in een boek van Tolkien of een van de films die er van zijn gemaakt als je de details ziet. Maar wat een inventiviteit van Guimard, wat een uitbundige fantastische detaillering.

Ga je mee, samen “en route” om deze uitbundigheid te ontdekken? Graag neem ik je mee… Vraag hier naar de mogelijkheden

insectenoog of lamp?

Insectenpoot of steun voor een glasplaat?

Vergroeide stronk of hekwerkbaluster?

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *